Slaan we cimbalen, vertolken u Kartner, leggen we passie klaboem in de klank. Pogen we stijf op de maat te bewegen, ronken we stiltes en pralen we hout. Hout voor de deur, voor de kraam, voor de koper, hout voor de vrucht van uw schoot. Zorgen wij knarsend geen gaatje te missen, pijpen we stralend als lak. Kraken wij graag voor gerinkel van gaven radekadetski uw vrolijke noot.