De laarsjes


De rokkenjager in het zonnetje. Met zijn verdomde lengte over de knie. Krijgt hij zijn lusten eronder. Het vrouwvolk op de hielen overschaduwt hij zijn prooi. Lokkelijkheden buiten schot blijven hem duister. Werelden van begeerte voor wie hem schaduwt misschien. Hoe vurig reikt licht reeds naar laarsjes, de laarsjes zijdelings.