Doei


Er zijn weinig taalsituaties waarin de hoorder zo afhankelijk is van de spreker als bij een begroeting en dat vaak zonder dat ie het merkt. Wie het eerst groet, bepaalt wat de ander zal zeggen, in 9 van de 10 gevallen. Wie bij het afscheid nemen doei hoort zeggen, zal bijna altijd automatisch antwoorden met datzelfde doei. Of hij moet wel heel sterk in zijn schoenen staan en op de confrontatie voorbereid zijn. De groetsituatie heeft een hoog papegaaigehalte. Die imitatiedwang is zeker voor een deel verantwoordelijk voor het succes van groetwoorden en hun snelle verbreiding. Nergens leer je zo snel een nieuw woord als bij een begroeting of bij het afscheid nemen. In het normale taalverkeer betekent het horen van een nieuw woord niet dat je het dan meteen zelf ook gaat gebruiken. Maar bij de begroeting of het afscheid juist wel. Het al genoemde doei is daar een mooi voorbeeld van. [Bron: www.janstroop.nl]