Ogenblikken


Onbewogen traant de gracht met waterige ogen als bejaarden grauwe staar verturen in de in de weg gelegen zon. Onder fietsers heerst verwarring tegen het verkeer bij bomen in. Weerstand tegen lichten tegen komen tegen zin. Strepen strepen de ontrade richting rakelings in ogenblikken schijn. Zie me helder in een flits op ongewis betreden van de kade en betrap mijn benen stil. Morgen zal weer vager zijn.