Goede bekende (10)


Na zes jaar lagere school kwam onvermijdelijk het grote moment van de beroepskeuze. Goed leren kon ik pas veel later, maar ik tekende graag, dus stuurde men mij naar de technische school. Dan kon ik tenminste met mijn handen werken. Het werd niet die verre school, bij de Graaf Florisweg, dan moest je teveel drukke kruispunten over, de Winterdijk lag dichterbij. Mc1 heette mijn klas, de M stond voor metaal. Ik kreeg de kleinste maat overall, waar ik nog in verzoop, en wende maar moeilijk aan de geur van rokende smeerolie en het gierende geweld van de draaibank, de wals en de boormachine. Ik verwondde me vele malen aan bramen en scherpe punten, en verloor bijna twee vingertoppen, toen ik bekneld raakte tussen tandwielen. Waarom we het metaal moesten pletten, buigen en doorboren voor voldoendes en onvoldoendes werd me nooit duidelijk. Het beroep van stoere arbeider die met verplicht ontbloot bovenlijf het godverdomme oplegt aan het plaatstaal en de moer, werd het dan ook niet.