Goede bekende (9)


Ik zag er tegenop. Tegen de walm die je alle adem benam. Tegen het plakkende vocht en het oorverdovend weerkaatsen. Tegen de dodelijke tegels, glad als spek. Tegen de sadist die je in de houding commandeerde, hardhandig je huid rubde en triomfantelijk brulde: terug naar de douches. Tegen de schittering van chloor waar hij je in smeet. Tegen het naakte bibberen zonder bril op onveilig terrein. Buiten in de rij op de trap, peuterend met mijn fietssleuteltje in de ballustrade.