| toon 1 reactie
In dit grijze, tandenloze gebouw, met een dakrand als een botte boomzaag en een kroon als een ongelukkige flessenopener, was vroeger de politie gehuisvest. Ik ben er twee of drie maal binnen geweest. Heb er een keer een gevonden sleutelbos terugbezorgd. Moest er bijna twintig minuten voor in de wacht, maar had daarvoor een aardige beleving van hoe het politiewezen zich thuis in overhemd gedroeg. Vele jaren geleden hebben we ‘s nachts vanuit ons dakraam eens drie dieven betrapt, die aan de overkant door een openstaand raam in een kantoor wilden inbreken. We belden het bureau. Er kwamen onmiddellijk drie agenten. We lichtten vanuit onze hoge positie het bureau in over waar de betrapte dieven naar toe vluchtten, en het bureau op hun buurt de agenten terplekke. Ze kregen er één te pakken, twee ontkwamen. De volgende dag werden we uitgenodigd om op het bureau te komen om ons verslag te doen. Of we de boef ook wilden zien? Hij werd beneden in een cel bewaard. Maar alles had zich in het donker afgespeeld, zeiden we, en daarbij, het waren negers. Dat kon inderdaad kloppen, antwoordde de agent, die ons een fax liet zien met wat een foto van de vermoedelijke dader moest zijn, maar waar niet meer van was overgekomen dan een smoezelige, inktzwarte vlek. Het zou gaan om één van de beruchte broertjes P. uit Amsterdam, die zowat identiek waren, en zich telkens voor elkaar uitgaven, waardoor nooit met zekerheid was vast te stellen met wie je te doen had. Na tien minuten stonden we weer buiten. De boef waarschijnlijk niet veel later.