Wat grauw


Wat gakken verdomme wat draaien we kras, wat kramen we broedzaam voor oudjes de dauw. We rusten versteend in onbreekbaar onzacht te betalen tehuizen. Hard gakken verdorie de vijand te kakken te velde onpas. Wat draait daar een Foenix verbogen uit as, verbolgen, ongans ons bevuilend het gras? Wat gakken we snakkend naar witbrood en Wehkamp. Wat krijsen we grauw tot de dood.