Op den dag


Met kerst glijd ik verzaligd in een wijndal. Gevogelte en koek zijn mijn gemoed teveel. De schemerstilte stemt me melancholisch, van noodverlichting hoest ik en het binnenzitten maakt me loom. Het kerstkind kan mij sowieso gestolen, zijn stal oogt mij te net, te intercultureel. Ik zie de nachtmis op den dag licht aangeschoten, de vredesboom aan lagerwal.