Een Gouds zeemanslied


1
De nacht rust zwaar op mijn schouders.
Het uitstellen van de dag.
Geen kind weet wat er komen gaat maar jij...

Hongerigen achter de horizon.
En schapen die niet geteld dienen te worden.
De wetenschap van het vlees.
Het dansende vlees dat ons altijd een stapje voor is.

2
Alsof er iets te verliezen valt.
Varen we door de Herengracht.
We zijn al bijna thuis.
Laten we stromen door de Raam.   
Op het Bolmeer op adem komen,
en dan, via Kattensingel en het spoor,
Het zeegat uit.

Toe, laten wij ons wringen.
Tot we moeten hozen.