Ongebonden


Als je, ongebonden nog, kunt gaan en staan waar je maar wilt,
Kies dan haar wie je zeggen kunt 'alleen jij bevalt me maar'.
Zij zal je niet komen aanwaaien vanuit de ijle lucht:
Je ogen zullen haar moeten zoeken, de vrouw die bij je past.
De jager weet waar voor de hinden hij de netten spannen moet,
Hij kent de valleien waar het grommend zwijn verwijlt;
De vogelvanger kent de struiken, en de visser met zijn haak
Weet in welke wateren de overdaad aan vissen zwemt.
Ook jij die iemand zoekt voor een lange liefde
Zal ten eerste moeten leren waar meisjes zoal verkeren.
Nu hoef je op je zoektocht de zeilen heus geen wind te geven,
Noch om haar te vinden een lange, verre weg te gaan.
Goed, Perseus heeft Andromeda uit zwart Afrika gehaald,
En de Griekse prinses werd ontvoerd door een Trojaanse prins.
Maar jij vindt in deze stad zoveel meisjes van je dromen
Dat je zegt: 'ik hoef niet weg, want alles vind ik hier in Rome!'
(Ovidius, 43 v. Chr. - 17 n Chr.)