Over kop


220

diepte. ‘het ligt

Daar!

’Toen zag ik het:

145

te denken.

de spiegel en

de trap af.

143

naar een grote deur,

184

het strand.’

121

de andere kant

275

eindelijk zagen we hem

de zeilen gehesen. Wij

106

evenals walvissen,

204

willen.’

251

over kop in zee.

 

W I T T E N 227 - Mary Stewart, De storm