Liefde


Liefde, wonderlijk teken

 

Ik bemin te zeer, zonder dat ik het weet,

de meisjes op weg naar het gebed.

Namiddag.

Ook zij weten zich niet bemind

door de jongen met de neergeslagen maar oplettende ogen.

Ik kijk naar de een, kijk naar de ander, voel

het stille teken van iets

dat ik niet kan omschrijven - later zal ik het weten.

Niet alleen voor Herminia, of Marieta

of Dulce of Nazaré of Carmen.

Zij allen verwonden mij - zoet,

gaan langs zonder mij op te merken. De schemer

breekt reeds de gezichten af, ik zelf

ben een schaduw in het raam van de verdieping.

Wat te doen met dit gevoel

dat ik niet eens gevoel kan noemen?

Ik bereid me voor op lijden

zoals andere jongens studeren voor dokter of advocaat.

 

(Carlos Drummond de Andrade, 1979)