Tussen gaan en blijven


 

Tussen gaan en blijven twijfelt de dag,

verliefd op zijn transparantie.

 

De koepel van de avond is nu een baai

in haar stille deining schommelt de wereld.

 

Alles is zichtbaar en alles is ontwijkend

alles is nabij en alles is ontastbaar.

 

De papieren, het boek , het potlood, het glas,

ze rusten in de schaduw van hun namen.

 

Het kloppen van de tijd in mijn slapen

herhaalt dezelfde koppige syllabe van bloed.

 

Het licht maakt van de onverschillige muur

een spookachtig theater van spiegelingen.

 

Ik ontdek mijzelf in het midden van een oog;

het ziet mij niet, ik zie mijzelf in zijn blik.

 

Het moment lost op. Ik blijf en ga

zonder te bewegen: ik ben een pauze.

 

uit: Octavio Paz ‘Het vuur van iedere dag’