| toon 2 reacties
Tussen gaan en blijven twijfelt de dag,
verliefd op zijn transparantie.
De koepel van de avond is nu een baai
in haar stille deining schommelt de wereld.
Alles is zichtbaar en alles is ontwijkend
alles is nabij en alles is ontastbaar.
De papieren, het boek , het potlood, het glas,
ze rusten in de schaduw van hun namen.
Het kloppen van de tijd in mijn slapen
herhaalt dezelfde koppige syllabe van bloed.
Het licht maakt van de onverschillige muur
een spookachtig theater van spiegelingen.
Ik ontdek mijzelf in het midden van een oog;
het ziet mij niet, ik zie mijzelf in zijn blik.
Het moment lost op. Ik blijf en ga
zonder te bewegen: ik ben een pauze.
uit: Octavio Paz ‘Het vuur van iedere dag’