Terwijl de herders in het oosten, zich houdende in het veld, de nachtwacht hielden over vreemde kuddes, en onze majesteit uit skiën was, sloten wij een wijzen opstalverzekering af, deden onze voorgenomen besluiten in dozen, en bedekten onze staf. Tegen de ochtend deden we de lichten uit en gingen de straat op met de hand op ons hart: 'De dag der vrijheid rijst omhoog door de stil verbaasde landen. Door den vochten voorjaarswind van de verre kusten, waar de donk’re wereld ligt, komen zij met open harten en de hoofden opgericht. Hoort gij hunne zangen ruisen? Door de luisterende nacht van de verre verre kusten stroomt een nieuw en schoon geslacht. Niet van koningen geboren, doch in hutten grootgebracht zijn ze sober als de berken en de eenvoud is hun kracht. Met hun jonge sterke armen vatten zij het leven aan. Vrijheid, licht voor alle zielen om tot schoonheid op te gaan. Uit de zwarte lage vlakte komen zij met liefste en kind, ziet gij hunnen ogen stralen? Met een frisse zuiv’ren pracht uit de zwarte lage vlakte stroomt een nieuw en schoon geslacht. Stroomt een nieuw en schoon geslacht!'
reacties op dit artikel
#1 | 21-02-10 | MARIANNE MEESTER en al eeuwen hadden zij
ene Moeder die
hen droeg baarde
voedde uren vol zorg en
vol trots hart en gemoed
stoften wasten kookten
streelden haar handen
die Godenknapen
zij lopen altijd voorop