Afscheiding


Ik likte je vanbuiten toen ik binnen wilde. Ik wilde je vanbinnen daar ik dorstig naken kon. Ik leerde je als godsbewijs van mijn bezwete kerkpilaar erkennen, als weerzin in profetisch paargekrijs. Je meur en haren in mijn paradijs verkende en bekauwde ik. Tot later in de reformatie - de veelste - mijn prop aan darminhoud tot kerkgeschiedenis verslijmde. De rest was toen al even grijs.