Een klein stukje, ik ging maar een klein stukje uit de kant of ik werd al staande gehouden. Niet door iemand of door iets dat zich voor mij opwierp, niet omdat het niet mocht of omdat ik werd teruggeroepen, het was iets in mezelf dat me staande hield. Ik was vrij eigenlijk en ik had nog verder kunnen gaan, veel verder zelfs, maar toen de afzet eenmaal was gelukt en ik zomaar weg kon gaan, verder kon, zonder dat iets of iemand mij tegenhield verkrampte ik, verstijfde iets in mijn houding, en werden mijn bewegingen trager. Kwam het omdát ik niet werd teruggeroepen, kwam het omdat er niemand naar mij toekwam om mij terug te halen? Was ik zó gehecht aan ogen in mijn rug, aan banden die mij bonden, aan stiekeme hoop dat ik zou kunnen ontsnappen als ik dat wilde, aan die hoop alleen, en had ik geen kans van leven als ik eenmaal echt in vrijheid was? Was ik wel gemaakt om vrij te zijn, vrij en ongezien te kunnen gaan waar niemand ging? Mijn lage land, nu al miste ik het dichte toezicht op elkaar, de slaloms, de roddels de verboden. Had vrijheid dan een andere zin dan met niets of niemand iets te maken hoeven hebben, ja waar streden we eigenlijk voor, welke vrijheid werd nu eigenlijk bedreigd? Ik wilde terug aan land, me opnieuw in beklemmingen storten, opgaan in kronkelingen, eindeloos manoeuvreren in debat, en vechten om het woord vrijheid te blijven verdedigen. Vrijheid zwart op wit, vrijheid terug, alleen het woord desnoods, vrijheid, maar houd me tegen.
reacties op dit artikel
#1 | 15-02-10 | marianne meester vrijheid is best zwaar te dragen ,
maar verkies je het dan
kan het ook in menigten
en arenagevechten in woord,
politiek , familie enzovoort ,
de sleutel zit aan de binnenkant ,
weet je .