Nu zal iedereen die niet cynisch of berustend is, proberen een zekere controle uit te oefenen op het verhaal dat over hem de ronde doet. (...) Onze bezorgdheid blijkt alleen al hieruit dat we diep gegriefd kunnen zijn wanneer we te weten komen dat over ons een verhaal de ronde doet dat niet helemaal of zelfs helemaal niet klopt, of wanneer we vernemen dat iemand een beeld van ons heeft opgehangen waarin we onszelf nauwelijks kunnen herkennen. Het is deze bezorgdheid ook die ons af en toe de vraag doet stellen wat anderen nu eigenlijk over ons denken. Dikwijls is het niet eenvoudig om dit rechtstreeks van een ander te weten te komen, zodat we op omwegen aangewezen zijn. Een beproefde strategie bestaat erin om bij nog weer anderen, (...), daar enigszins achteloos navraag over te doen. Af en toe kan op die manier aan het licht komen dat er blijkbaar een opmerkelijke discrepantie bestaat tussen de wijze waarop iemand zich tegenover ons lijkt te gedragen en datgene wat die ander werkelijk over ons denkt. (...) Een vaak gehoorde gedachte in dit verband is dat de ander datgene wat hij over ons denkt, beter vlak in ons gezicht zegt, dan dat hij het achter onze rug vertelt. Eén aspect echter van het gegeven dat ons in de loop van ons leven allerlei namen worden toegedicht, is juist dat onze naam ons niet zonder meer toebehoort, maar dat het juist essentieel is voor een naam dat hij altijd enigszins achter onze rug gemaakt wordt. (Dieter Lasage, 1996)
reacties op dit artikel
#1 | 06-02-10 | marianne meester het hoedenhoofd afgedekt
loopt de man naar me toe
en niet van mij weg,
#2 | 08-02-10 | cor zwart de zwarte dood gaat
als pest over straat
achter zijn rug bezwijkt
eenieder die hem nakijkt