Spijkerdicht


Ik ken het ritme van de woorden, de maatslag van sonnetten, het jaargetij van ijs, kwartetten en gedichtendag. Ik weet van de herhalingen, het beeldrijm dat op strafwerk lijkt. Het slagrijm van de volksbuurt met zijn koekoek op het dak en zijn lyriek van vrijwel identieke pijpjes. Pas bij metriek van het verroeste spijkerdicht, de schuttingtaal van angst - daar ligt voor mij de grens.