Kortste weg


De kortste weg nu, af van de gladde kade. Gereserveerd voor de sluiswachter. Doorgang zoeken in Verboden toegang. Niet vallen onder Artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht. Rustig aan, stapje voor stapje nemen. Weg met de gedachten, is de gedachte al weer. Zijn we niet allemaal sluiswachters? Te diepte dan. Zien waar we uitkomen, wat passeert. Dichter bij huis of verder, onder aan de treden, in overtreding en gewond voor een Half Gouda. Even na vieren en het sombert al. Een grijze, ouwe zon gaat gebogen over de einder. Donker geboor te tunnel. Geen koor: ‘De tranen, waarover ge spreekt, hinderen niet; ze komen van de ziel, het psychisch wezen; ze zijn een hulp, en niet een belemmering.’