Veel sneeuw, veel brood


Valt de eerste sneeuw in de nattigheid, hou je dan op de winter voorbereid. Valt de eerste sneeuw op regen, dan houdt dat een harde winter tegen. Sneeuw op slijk, ijs op de dijk. Sneeuw op slik geeft binnen drie dagen ijs, dun of dik. Zuidwest met snee, noordoost in zee. Sneeuw die blijft liggen langs de grachten, ligt op andere te wachten. Rijm met wind uit het oosten zal u voor koude troosten, rijm met wind uit het westen doet de sterren bersten. Zo hoog de sneeuw, zo hoog het gras.