Omdat termen als ‘jezelf’, ‘jezelf zijn’, en ‘in wezen’ bestaan, zouden we er van uit willen kunnen gaan dat er zulke dingen zijn. Maar uit het feit dat deze termen er zijn kan nog niet worden afgeleid dat er buiten de taal om zulke dingen zijn. De voortdurend met elkaar biljartende begrippen over onze identiteit, vormen ondertussen de moderne mythe van onze vrijheid en onze individualiteit die zegt dat we naar ons zelf moeten luisteren, en vooral ons zelf moeten zijn. De behoefte aan ‘ons zelf’ is overweldigend. Het enorme aanbod van recepturen voor een identiteit vormt een ware markt, de discussie erover een serieuze politiek, een appél erop een eerbiedwaardige humanistiek, en de verdieping erin een ware kunst. Wie het hardst geloven in de mythe van het zich-zelf-zijn zijn de krachten en machten die er gebruik van maken om volksbewegingen in gang te zetten. Wie over zijn naaste heen stapt en de massa wil bereiken doet graag een beroep op vrijheid en identiteit. Maar toch, de dolfijn, hoe graag hij er ook mee speelt, zegt uiteindelijk nooit ’bal’. De mens op zoek naar zich zelf, kan zich zelf nooit zijn. Hooguit creëert hij een cordon van tekens en symbolen, tot op zijn huid, maar nooit zal hij in zijn zoektocht zijn wezen vinden. Wij zijn, zolang we ons zelf zijn, lid van de grote familie van afgewezenen. Zwart op wit staat het failliet. Ons zelf moet ons niet.
reacties op dit artikel
#1 | 09-12-09 | MARIANNE MEESTER daarom is het kijken naar dieren zo fijn ,
voor ons lijken zij zichzelf te zijn.
de hond , de kat in huis
geeft de mens minder ruis