Gedicht


Zij heeft mij opperbest vermaakt met mijn verschoten kleren. De rok mijns vrouws op lengte afgespeld en netjes doorgeregen. De mouwen van mijn dochters jas op haar onstuimig groeimodel geschat en voor haar ingenomen. De zomen van mijn zondagse kostuum verklaarbaar voor mij uitgelegd. Mijn kraag gestikt, mijn sok in een minuut of wat gestopt. De wereld met zijn bloemenmandjes aan de straatverlichting geborduurd en voor mijn neus gesloten.