Een wonderbaarlijke terugkeer (15)


Vijftiende toneel: Aantekening van de gastheer

 

Het moment brak aan dat mijn gast uit het verleden zich, zij het aarzelend, bij de moderne tijd wilde gaan aansluiten. Daarbij hoorde de zorg voor een zelfstandig inkomen. Als diplomatiek intellectueel, persoonlijk denker en schrijver, als geloofskunstenaar besprak hij zijn mogelijkheden met de enkele geleerden en welwillenden die hij tijdens zijn verblijf in de stad had leren kennen, maar geen van hen was vermogend, had invloed, of durfde hem een opdracht te verstrekken. Welke onderwerpen hij ook aansneed, welke verbanden hij ook legde, en welke inzichten hij aandroeg met betrekking tot de crisis waarin wij, modernen ons bevinden, niemand had een cent over voor zijn werk. Zodat, na verloop van tijd in hem opnieuw het verlangen opspeelde onderweg te gaan. Zonder zich teveel te voelen in mijn huis, waar hij onderdak had zolang hij wenste, maar ook zonder ergens anders uitgenodigd te zijn, vertrok hij op een dag zeggende daarmee zijn onafhankelijkheid te vrijwaren. Enige tijd later sprak ik hem nadat hij, naïef als hij bleek, bij het stadsbestuur zijn marktwaarde had beproefd, zoals hij het uitdrukte, en vond hem bedroefd. Er was hem productiewerk aangeboden, werk in de groenvoorziening of hij kon bij de grote kaasboer kazen draaien voor 32 uur, hetgeen hij allemaal hoffelijk had geweigerd. Verhalen doen de ronde dat hij nu door de stad zwerft, uit vuilcontainers eet en wartaal uitslaat. In zichzelf sprekend heeft men hem aangetroffen voor wegobstakels, klaarblijkelijk niet in staat te beslissen er links dan wel rechts omheen te lopen. Het weinige dat wij nog voor hem kunnen doen is hem toegang verlenen tot ons subject, ons platform, mocht hij dat willen. Waarbij aangetekend dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud van een bijdrage geheel bij hem ligt. Wij aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor die problemen, die zich als gevolg van zijn gebruik van ons grondvlak mochten voordoen.