Kijklust


Als iemand van zijn fiets wordt geslingerd en op de grond terecht komt is het voldoende dat ik tenminste deze drie dingen in onderling verband en op juiste afstand waarneem. Als ik daarbij ook nog zie dat het om een jonge, best wel lenige dame gaat die weinig letsel ondervindt van de tuimeling, en al weer bezig is op te veren, dan kan dat nog steeds tot een gematigde vorm van waarnemen worden gerekend. Meen ik in haar bewegen de contouren van haar welgevormde lichaam te zien, en begint de glans van haar gebruinde huid mij in het oog te springen, dan kan ik mij beginnen af te vragen of ik intussen niet genoeg heb waargenomen. Houdt mijn kijken dan nog niet op en begin ik te speuren naar meer details dan zou de vraag aan de orde kunnen komen of deze mateloosheid van waarnemen, deze kijklust nog iets anders dient dan mijn even simpele als effectieve oriëntatie op de directe omgeving, en het gewaarworden van de werkelijkheid. Want ik sta mezelf af te staan als ik hier nog langer naar kijk. Ik ben immers onderweg. Dus los ik mezelf af door een foto te maken, en u in mijn plaats te zetten, met de vinger aan de knop.