Jack-Ass (1998)
Gouda biedt treinreizigers die het station aan de zuidzijde verlaten geen ontvangst met een bijzonder beeld. Wie de Goudse binnenwateren echter per boot bezoekt wordt bij de monding wél verrast door een aansprekend beeld. Wat over water de stad binnen komt moet kennelijk op buitengewone wijze worden toegesproken. ‘Jack-Ass’ is vanaf 1989 de Kolossus van onze kleine stad, en hoewel half, want maar aan één zijde van het water uitgevoerd, zullen toch weinig pleziervaarders aan de aandacht van deze gevilde man met ezel op de rug ontkomen. Het ruiterbeeld in amfitheater loopt over van betekenissen. Met de naam alleen al is een spel te spelen. Is Jack-Ass een linguïstisch zelfportret? De kunstenaar, Gijs Assmann, verwerkte namelijk zijn eigen naam in de titel en in het beeld, want Assmann zou Ezelman kunnen zijn, maar ook Kontman, en inderdaad, wie in Gouda ergens een kont van nabij wil bekijken kan achter Jack-Ass komen. ‘M’n rug op’ staat er beeldend. Maar Jack-Ass verwijst onwillekeurig ook naar het beroemde Amerikaanse televisieprogramma Jackass, waarin absurde stunts werden uitgevoerd. Een stunt is het immers ook om de beroemde ets ‘Como suben los borricos’ ( Hoe de ezels naar boven komen ) van Francisco Goya levensgroot in brons te plagiëren (lees Theo de Jong in Hidden Times, jaargang 4 nr. 13 2001) en daarbij je gat te keren naar heel de stad, je opdrachtgever incluis, in dit geval Gouda en zijn gemeentebestuur. Krijgt de stad hier een kostbare spiegel voorgehouden? Nog een extra betekenislaag komt voort uit de locatie, die al in de 14de eeuw het Galgeveld werd genoemd, en waar de lichamen van ter dood gebrachte stakkers aan de vraatzuchtige blikken van het publiek werden overgelaten. Hier staat een angstbeeld kortom, ingekapseld door historische-, culturele- en fantastische kennis; een modern beeld, nog steeds.