Een lopend vuur van bloedkoraal en amarant met vonken indigo en bleumerant. Een flits ponceau met vermiljoen, een schoorsteenbrand van karmozijn. De benen polychroom gestrekt, de armen kakelbont gestreept, het lijf gebloemd, gevlekt. In puur karmijn, in fel lichtroze, in a hurry, in de wandeling vermengd tot violet. Hoogblozend. Knalrood. Verhit. Azuur en purper schieten langs, rosgeel lopend naar oranje. Scharlaken in granaten haast. Verschoten, voorbij. Pauwblauw. Colorado.