Penseelstreken


De vierde omstandigheid waaruit de ellende en het kwaad van het universum voortkomt, is de onnauwkeurige werking van alle aandrijfkrachten en principes van de grote machine van de natuur. We moeten toegeven dat er weinig delen van het universum zijn die niet een of ander doel dienen en waarvan de afwezigheid niet een zichtbaar gebrek of verstoring van het geheel zou betekenen. Alle onderdelen hangen samen, men kan aan geen ervan raken zonder alle andere in meer of mindere mate te beïnvloeden. Maar tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat geen van deze onderdelen of beginselen, hoe nuttig ze ook zijn, zo scherp afgestemd zijn, dat ze precies binnen de grenzen van hun nuttige werking blijven. Integendeel, bij elke gelegenheid vertonen ze alle de neiging in het ene of in het andere uiterste te vervallen. Men zou haast denken dal de Schepper aan dit grootse werk niet de laatste hand heeft gelegd, zo weinig is elk onderdeel afgewerkt, zo ruw zijn de penseelstreken waarmee het uitgevoerd is. (David Hume, 1749/1751)